Lezing Helmer Roelofs

Misschien was woensdag 26 april achteraf een wat ongelukkig gekozen datumvoor deze interessante lezing (deze woensdag viel in de vakantie en bovendien gaf koning Willem-Alexander deze avond een interview op de tv), maar dat deed zeker geen afbreuk aan de avond! Helmer Roelofs van INLIA kwam uit Groningen naar Hurdegaryp en wist de aandacht van zijn publiek vast te houden vanuit zijn bevlogenheid en aansprekende manier van vertellen.
De avond begon met de vraag wat een vreemdeling is. In de Bijbel is daar ook e.e.a. van terug te vinden. Een vreemde is volgens Nederlandse begrippen iemand zonder Nederlands paspoort. Dit is wat anders dan een vluchteling (gegronde vrees voor vervolging) of asielzoeker (vraagt bescherming van een ander land en wordt al dan niet erkend als vluchteling). Daarnaast, en daar zijn de aantallen vele malen groter van, zijn er ontheemden; zij die vluchten binnen eigen landsgrenzen.
In verschillende verdragen of wetgevingen worden de rechten van mensen in het algemeen of bepaalde groepen mensen geregeld. Twee belangrijke daarvan zijn het EVRM (Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) en het IVRK (Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind). Er zijn verschillende toezichthouders actief die controleren of deze afspraken in acht worden genomen. Een specifieke verordening die regelmatig naar voren komt in het nieuws is de zogenoemde verordening van Dublin. Deze verordening bepaalt dat het land waar de vreemdeling eerst binnenkomt, verantwoordelijk is voor de opvang. Hierop wordt ook de Dublin claim gebaseerd: het (vasthouden aan het) terugsturen van vreemdelingen naar het eerst binnengetreden land, ook al zijn er ernstige problemen van welke aard dan ook die opvang aldaar belemmeren. Dat er problemen ontstaan is ook logisch vanuit het besef dat grensgebieden van onveilige of onrustige landen, dus per definitie (verhoudingsgewijs) grote groepen vreemdelingen zouden moeten opvangen. Dit leidt tot humanitaire problemen.
In Nederland zijn tal van organisaties betrokken bij de zorg en opvang van  vreemdelingen.  Dit zijn o.a. de IND (Immigratie en Naturalisatie Dienst), de DT&V (Dienst Terugkeer en Vertrek) en het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers). De instroom van het aantal vreemdelingen in Nederland wisselt sterk en hangt nauw samen met de (oorlogs)problematiek wereldwijd. De laatste jaren komen met name mensen uit Eritrea en Syrië naar ons land. Ook opvanglocaties zijn verschillend (opgezet en ingericht) afhankelijk van de stand van zaken en fase in de procedure.
Er bestaat ook (wat voor veel luisteraars nieuw was) de uitgenodigde vluchteling. Deze worden geselecteerd i.v.m. schrijnende omstandigheden en hoeven de procedure niet te doorlopen. Van deze regeling wordt relatief weinig gebruik gemaakt; zo’n 500 per jaar. De Raad van Kerken is actief op dit punt, met het doel dat er vaker gebruik gemaakt wordt van deze regeling.
Wat doet Inlia nu precies in dit woud van regels en organisaties? Inlia is een interkerkelijke stichting die hulp biedt aan asielzoekers. Inlia is in de jaren 80 ontstaan en is ‘bekend’ geworden van het toenmalig kerkasiel. Kerkasiel werd (en dat kan nog steeds) toegepast als er geen andere manier meer gevonden kan worden om de asielzoeker/familie te helpen. Kerkasiel mag, mits dit wordt gemeld aan het bevoegd gezag.
De grondslag van Inlia is het verbond wat het Charter van Groningen wordt genoemd. Dit verbond is een beginselverklaring m.b.t:
    De keuze om vluchtelingen in nood te helpen.
    Vanuit het streven naar solidariteit.
    Het bieden van hulp, zo nodig ook opvang in noodsituaties.
Ook de (toen nog) beide kerkelijke gemeenten in Hurdegaryp hebben in 1990 dit Charter ondertekend.  Met het Charter is een netwerk van lokale geloofsgemeenschappen ontstaan. Er zijn zo’n 175 kerken die het Charter hebben ondertekend. Daarbij zijn er nog ongeveer 450 kerken die het Charter niet hebben ondertekend, maar de doelstelling onderstrepen.
Naast het helpen van asielzoekers in nood, biedt Inlia ook de (Charter) kerken, waar nodig, ondersteuning. Zo wordt o.a. elke maand naar Charterkerken een artikel gestuurd dat in het kerkblad geplaatst kan worden. Ook (bestuurlijke) gemeenten kunnen door Inlia worden ondersteund en/of er kan namens de gemeentelijke regio zorg worden geboden. I.v.m. regelgeving wordt dit geregeld via LOGO (Landelijk Overleg Gemeentebesturen) (een soort ‘dochter’ stichting, in hetzelfde pand als Inlia).
De ondersteuning aan asielzoekers is zeer divers en op maat. Het kan gaan om juridische ondersteuning, bemiddelen naar zorg, advies en research en overnachting/opvang.  Er werken voor 27 fte aan medewerkers bij Inlia, aangevuld met vele vrijwilligers.
Een belangrijk en wezenlijk verschil tussen Inlia en andere organisaties is dat Inlia geen overheidssubsidie ontvangt en dat uitdrukkelijk ook niet wil op basis van principiële redenen. Inlia wil onafhankelijk van politiek/ministeries opereren en kan daarmee ook (als dat nodig is) een kritische houding aannemen. Inkomsten komen dan ook via particulieren, (Charter)kerken en betaling voor geleverde diensten.
In ongeveer 60 gemeentes in Nederland vindt opvang van asielzoekers plaats in verschillende vormen. Het minimale wat hierin geboden wordt, is de zogenoemde bed, bad, brood-regeling. Deze regeling is ontstaan door de procedure die de PKN heeft gevoerd (tot op het hoogste niveau) dat de mensenrechten gerespecteerd moeten worden en omgezet in daadwerkelijk bieden van ‘menswaardige’ opvang. Men is in het gelijk gesteld wat betreft het vaststellen van een ondergrens in het bieden van opvang. Dit is een verplichting van de gemeente. Verdrietig is het te moeten constateren dat de rijksoverheid zich niet houdt aan de uitspraak die in juli 2016 op dit punt is gedaan door het Europese Hof. De praktijk is dat de rijksoverheid niet betaalt, maar de gemeentes (die in de realiteit geconfronteerd worden met de problemen) de zorg toch regelen. Dit gebeurt in verschillende gemeentes op verschillende manieren.
Uitgangspunt blijft in alle gevallen dat de straat niet de oplossing biedt, maar dit is of wordt juist onderdeel van de problematiek. Daarom wordt 24-uurs opvang geboden (door Inlia). Inlia heeft een pand en een boot in Groningen. De verantwoordelijkheid van het dagelijkse reilen en zeilen wordt onderling gedeeld. Bewoners krijgen weekgeld om eten en kleding te kopen. Dit weekgeld is zeer minimaal en kan vaak niet ook bijvoorbeeld bijkomende medische kosten dekken.  Er is aandacht voor juridische zaken die van belang zijn voor de procedure, er wordt gewerkt aan persoonlijke belemmeringen en perspectiefontwikkeling. Op dit moment loopt er een project dat de tussenvoorziening heet (Eelde). Hier worden statushouders opgevangen en gekoppeld aan de gemeente waar ze moeten gaan verblijven (bij binnenkomst in Nederland wordt dit al voor de mensen bepaald).
In 2018 bestaat Inlia 30 jaar. Er wordt dan een inspiratie en expertisedag georganiseerd. Wie hiervoor ideeën heeft kan deze doorgeven, betrokkenheid wordt zeer gewaardeerd. Voor meer informatie over Inlia, hun werkzaamheden en het Charter, wordt verwezen naar de website  www.inlia.nl

Lutske de Vries
Commissie Vorming en Toerusting